Verlies van foerageer- en schuilplaatsen

Teksten met dank aan Ottervriend.

Als rustgebied en ook als foerageergebied is met name de oeverzone van belang. Hier brengt de otter het grootste deel van zijn actieve periode door (Reuther, 1985}. Water- beheersingsmaatregelen hebben geleid tot een grote achter- uitgang van de geschiktheid van oevers van rivieren en beken als leefgebied voor otters. Bomen en struwelen aan de waterkant worden verwijderd. Oevers zijn rechtgetrokken en veelal beschoeid. In rivieren en beken, die volgens de gangbare waterstaatkundige principes beheerd worden, kunnen geen otters leven. Ontginningen en ruilverkavelingen hebben geleid tot het verdwijnen van gebieden, landschapselementen en hele gebieden, die voor otters belangrijk waren. In petgatcomplexen gaan leefgebieden verloren door de voortschrijdende verlanding. Zo is in de wieden de afgelopen 60 jaar de hoeveelheid open water afgenomen van 14.000 naar 4.000 ha (Van Moll, 1988}. Een overeenkomstig proces speelt zich af in de veenweide-gebieden, waar door verminderd onderhoud veel sloten verloren gaan als foerageergebied.

Foto's met dank aan: International Otter Survival Fund. Teksten met dank aan Ottervriend.