Het aantal otters in Nederland

Teksten met dank aan Ottervriend.

In de vorige eeuwen was het verspreidingsgebied van de otter in ons land zeer uitgebreid. Met uitzondering van de Waddeneilanden werden overalotters aangetroffen bij meren, plassen, rivieren, beken, kanalen, sloten en dergelijke. In de 1ge eeuw werd de otter elk jaar minder algemeen en was omstreeks 1860 reeds in enkele streken al vrijwel geheel uitgeroeid (Van Bernmelen, 1866). Rond 1900 kwamen ze nog in relatief grote aantallen voor in het  Friese laagveengebied, het plassengebied van Noordwest- Overijssel en het HoIlands-Utrechtse plassengebied. Kleine populaties kwamen voor in Groningen, Drenthe, het gebied van de grote rivieren, in en rond de riviertjes, beken en vennen in de provincies Vlaanderen, Zeeuwse en Zuidhollandse eilanden en het laagveengebied ten noorden van het IJ. Door de zeer intensieve vervolging was de situatie rond 1940 drastisch gewijzigd. De otterstand was tot een uitermate klein aantal gereduceerd.

Aan het eind van 1941 werd het aantal otters in Nederland door Brouwer (1942) geschat op 23 individuen, maar dit cijfer is aan de lage kant. In de westelijke, onontgonnen strook van de Noord-Oostpolder moeten ook nog otters aanwezig zijn geweest en deze zijn door Brouwer niet meegeteld. Brouwer vermeldde welotters voor het HoIlands-Utrechtse plassengebied, de kreken van Zeeuws-VIaanderen, de Noordbrabantse beekdalen en Friesland. Het minimum aantal otters dat in het begin van de oorlogsjaren aanwezig was moet tussen de 30 en 40 individuen hebben gelegen, maximaal 50. Sinds 1942 zijn de otters in ons land beschermd onder de Jachtwet. Hierdoor nam geleidelijk het aantalotters in ons land toe. In het begin van de zestiger jaren waren naar schatting 300 exemplaren in ons land aanwezig: Groningen en Noord-Drente: 30 Friesland en Noord-Overijssel: 120 HoIlands-Utrechts plassengebied: 60 Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg: 20 Zeeuws Vlaanderen: 50. Zwervende exemplaren en restpopulaties: 20 Vanaf de tweede helft van de zestiger jaren nam de otterstand weer af en deze dalende trend duurt nog steeds voort. Waterverontreiniging en verlies en versnippering van woongebieden zijn de belangrijkste oorzaken van deze achteruitgang. Aan het eind van de zeventiger jaren waren nog 4 populaties aanwezig: in Friesland en Groningen, het HoIlands-Utrechtse plassengebied, het gebied ten noorden van het IJ en in dekreken van Zeeuws-VIaanderen. Momenteel is er alleen nog een kleine populatie van ongeveer 10 otters in Friesland. Verder komen verspreid in ons land nog een klein aantal zwervers voor (mededeling Van Moll).

Foto's met dank aan: International Otter Survival Fund.

Teksten met dank aan Ottervriend.