De populatie-ontwikkeling in Europa

Teksten met dank aan Ottervriend.

In eerste instantie is de otter door de jacht in vrijwel geheel Europa sterk in aantal achteruit gegaan. Ondanks beschermende maatregelen ten aanzien van de jacht valt in alle Westeuropese landen een drastische achteruitgang te bespeuren gedurende de laatste 20-25 jaren. In Zweden liep het aantalotters in de periode 1966-76 terug van 2200 paren tot 1000 paren. In Sleeswijk-Holstein werd de polulatie- grootte van de jaren 70 met 60 a 70% gedecimeerd. In Niedersachsen verdween de otter uit het zuidelijke deel en wist zich nog slechts in 3 onderling gescheiden deelpopulaties te handhaven. In Zwitserland werd de otter van vrij algemeen tot zeldzaam. In Belgi? komt de otter nog in zeer kleine aantallen voor. Ook in Engeland is de otterstand achteruitgegaan en de otter is zelfs in vele counties verdwenen. In Nederland is de otterstand sinds de tweede helft van de zestiger jaren sterk achteruitgegaan (zie 3.2.5) .

De belangrijkste oorzaken van deze sterke achteruitgang in grote delen van Europa zijn de verontreiniging van het aquatisch milieu met ondermeer zware metalen, gechloreerde koolwaterstoffen, verzuring, het verlies en versnippering (isolatie!) van woongebieden en verdrinking in fuiken. Europese landen waar de populatie-ontwikkeling van de otter het meest zorgwekkend is, zijn ondermeer Engeland, Belgi?, Frankrijk, Itali?, Nederland, West-Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Otters komen momenteel alleen nog algemeen voor in Ierland, Rusland en Shetland-eilanden. In Griekenland, Portugal en Roemeni? zijn de otters slechts in enkele gebieden achteruitgegaan. Bronnen: o.a. Chanin, 1985; Derckx et al, 1983; Van Wijngaarden & Van Peppel, 1970; Berendsen, 1985; Mason & . Macdonald, 1986. Foto's met dank aan: International Otter Survival Fund.

Teksten met dank aan Ottervriend.