De otter

Teksten met dank aan Ottervriend.

De otter (Lutra lutra) is een roofdier dat tot de familie van de marterachtigen (Mustelidae) behoort. De otter kan 70-120 cm lang worden en 7-15 kg wegen. De mannetjes zijn groter en zwaarder dan de vrouwtjes. De vacht van de otter is donkerbruin met lichtbruine tot grijze wangen, keel, borst- en buikzijde. Otters zijn typische oeverdieren en brengen het grootste deel van hun leven bij het water door. De amfibische leefwijze van de otter is herkenbaar in de lichaamsbouw. Het lichaam van de otter is gestroomlijnd en zeer beweeglijk. De poten zijn kort maar krachtig en tussen de tenen zitten zwemvliezen. Hierdoor kunnen de otters zich uitstekend in het water voortbewegen. De staart is enigszins afgeplat en taps toelopend. De oorschelpen zijn klein en kunnen evenals de neusgaten bij het duiken worden afgesloten. De vacht van de otter is waterafstotend. Op de kop van de otter zitten bundels tastharen, waaronder de snorharen.

Jonge otters worden na een draagtijd van 62 dagen het gehele jaar door, maar het meest op het ?ind van de winter, geboren (Erlinge, 1967a). De jongen krijgen hun eerste vaste voedsel na een zoogtijd van 7-8 weken. Na 2-3 maanden gaan ze voor het eerst mee op jacht. De.jongen blijven tot een jaar bij de moeder. De otter is voornamelijk in de nachtelijke uren actief,  vermoedelijk als gevolg van verstoring en intensieve vervolging. In de meer natuurlijke gebieden zijn otters ook overdag actief. De otters komen voor in rietlanden en moerassen en langs de oevers van rivieren, beken, plassen en meren, mits voldoende dekking aanwezig is. De otters komen ook in kustgebieden voor en foerageren dan in de kustwateren. In voedselrijke biotopen verdedigen otters territoria. In voedselarme gebieden gebeurt dit niet. Hier hebben de otters grote leefgebieden. De kosten van verdediging wegen dan niet op tegen de baten (Chanin, 1985). Dominante mannelijke otters leven in territoria, die tegen andere mannetjes verdedigd worden (Erlinge, 1968b). Binnen een territorium (home-range) van een mannetje kunnen verschillende vrouwtjes leven (Green et al., 1984). Otters leven solitair. Alleen bij strenge vorst kunnen ze wegens het dicht vriezen van het water gedwongen zijn hun leefgebieden te verlaten om zich te verzamelen bij de laatste open gebleven wateren. Onvolwassen individuen maken lange zwerftochten op zoek naar een plek, waar ze zich kunnen vestigen. Deze omzwervingen gaan soms over grote afstanden (meer dan 10 km) over land langs de oevers. In ons land staat de otter bovenaan in de voedselpyramide (toppredator) van de binnenwateren. Daar otters gevoelig zijn voor verontreinigingen en verstoringen in hun woongebied, is de aanwezigheid van een populatie in een bepaald watersysteem waarin otters thuishoren, indicatief voor het goed ecologisch funktioneren van het systeem. Foto's met dank aan: International Otter Survival Fund.

Teksten met dank aan Ottervriend.