Heilige Birmaan

land van herkomst:
Tibet (vroegere Birma), volgens de legende aan de voet van het Lugh gebergte in het noordelijk deel van Birma. In de tempel van Lao Tsun leefden ongeveer honderd witte katten en de orakelkat Sinh. Door een wonder verkleurde Sinh: hij kreeg een goudkleurig lichaam, zijn oren, neus, staart en poten kregen de kleur van de aarde en zijn voeten bleven wit. Zijn ogen kregen een saffierblauwe kleur net zoals het beeld van de godin Tsun Kyan-Kse. Hoe de Birmaan naar Europa kwam is onduidelijk, vooral omdat de tempelkatten de bescherming van de priesters genoten. Waarschijnlijk was het de Britse majoor Russel Gordon die het eerste paartje Birmanen meenam naar Groot-Brittani?. Hier loopt het verhaal dood want niemand weet wat er met deze dieren gebeurd is.

lichaam: Middelzwaar en enigszins gestrekt, goed geproportioneerd. Katers hebben meestal een krachtiger lichaamsbouw en zijn iets groter.

gebit:

hals:
Birmanen hebben een kraag rondom de hals, de vacht is hier iets langer.

hoofd:
Birmanen hebben een krachtige schedel met een enigszins gewelfd voorhoofd en volle ronde wangen. De neus is middellang, zonder stop maar met een lichte dip (Romaans). Birmanen hebben een stevige en goed ontwikkelde kin. De boven- en onderkaak zijn van gelijke lengte en staan loodrecht op elkaar.

ledematen:
De poten zijn kort en stevig met ronde voeten.

ogen:
De ogen zijn niet volledig rond van vorm, bij voorkeur enigszins ovaal. De oogkleur is altijd diepblauw.

oren:
De oren zijn bij voorkeur tamelijk klein en mooi afgerond, ze zijn niet te hoog geplaatst en er is een aanzienlijke ruimte tussen beide oren.

staart:
De staart is van gemiddelde lengte, de vacht vormt een volle, dicht behaarde pluim.

voeten:
Ronde voeten, wit van kleur. Deze handschoenen zijn het handelsmerk bij uitstek van de Heilige Birmaan. Deze dienen volkomen zuiver wit van kleur te zijn. Het wit kan ophouden bij de teenwortels of tot aan het gewricht lopen. Het wit mag het gewricht niet passeren, een veel voorkomende onvolkomenheid is het aan de zij- of achterkant van de voor- of achterpoten oplopen van het wit.

vacht:
De vacht is lang tot halflang, al naargelang het lichaamsdeel: kort in het gezicht, geleidelijk langer wordend op de wangen. Rondom de hals en de nek groeit een volle kraag. Op de flanken, de buik en de rug is de vacht lang, zijdeachtig van structuur met weinig ondervacht. De vacht heeft weinig verzorging nodig, met een wekelijkse borstelbeurt kun je vacht in optimale conditie houden.

kleur:
De Birmaan is een ?point? kat (net zoals de Siamees). De kop (het typische masker), oren, poten en staart hebben een kleur die contrasteert met de overige lichaamskleur. De kleur van de points dienen egaal te zijn en moet tevens overal dezelfde tint hebben. Wanneer in de kleur van de points witte of lichter gekleurde haartjes (?brindling?) voorkomen wordt dit als een fout gerekend. Er zijn Sealpoints, Bluepoints, Redpoints, Lilacpoints, Creampoints en Chocolatepoints. Bij deze points heb je nog de tabby en tortie.

gangwerk:

schofthoogte:

gewicht:

extra:
Birmanen zijn in het algemeen rustige, vreedzame katten. Ze zijn gesteld op hun rust maar zijn ook te vinden voor een potje ravotten.

cattery Hijo de la Luna