De jacht

Katten zijn vleeseters, daarom jagen ze op dieren om ze te doden en op te eten. Katten jagen omdat ze steeds meer honger krijgen wanneer hun prooi in doodsangst probeert te vluchten. De methode waarop katten jagen kan iets verschillen, dit afhankelijk van het ras van de kat. Bij de meeste katachtige (in het wild) is het zo dat de vrouwtjes jagen en dat ze dan het voedsel naar de groep brengen, de mannetjes mogen dan als eerste eten, daarna de welpen en de vrouwtjes. Het enige wat er dan nog van de prooi over blijft is het karkas en dat is dan voor de gieren.

Katachtige hebben zeer scherpe nagels die (wanneer ze uitgestrekt zijn) gebruikt worden om de prooi te verlammen. Een kat heeft aan de voorpoten 5 en aan de achterpoten 4 nagels, deze kunnen bij de meeste ook in getrokken worden door de pezen in de klauw, enkel de jachtluipaard en de platkopkat kunnen dit niet.

De jachtluipaard gebruikt zijn nagels tijdens het sprinten voor een betere grip op de grond, dat is dan ook de reden waarom een jachtluipaard zijn nagels niet kan intrekken want anders zouden zijn nagels bij elke stap naar binnen schieten. Een jachtluipaard is het snelste zoogdier op aarde en kan snelheden halen van 110 tot 120 km per uur halen gedurende 500 meter, daarna is hij doodop. Verder gebruikt een jachtluipaard zijn staart om tijdens het sprinten zijn evenwicht te behouden. Wanneer een jachtluipaard zijn prooi gaat vangen loopt hij tot ongeveer 100 meter afstand van zijn prooi, tegen de wind in (zodat de prooi hem niet kan horen of ruiken). Dan zet het jachtluipaard de sprint in om zijn prooi te vangen en te doden, aangezien het gebit van de jachtluipaard niet sterk genoeg is om de nek van zijn prooi te breken, brengt hij het hoofd naar achteren om zo de prooi te laten stikken. Controle van de teksten met dank aan kattenforum.be