Rode reuzenkangoeroe

De rode reuzenkangoeroe, die in het Engels ?red kangaroo? wordt genoemd, komt in bijna heel Australi? voor en eet voornamelijk gras, bladeren en kruiden. Deze reuzenkangoeroe, welke als wetenschappelijke naam Macropus rufus heeft, kan in het wild tot 18 jaar oud worden(in gevangenschap tot 28 jaar). Hij is met zijn gemiddelde lengte van 1 tot 1,6m de grootste kangoeroe- en buideldiersoort. Hij heeft een staartlengte van 75 tot 120cm en weegt gemiddeld 50kg met uitschieters tot 90kg, de vrouwtjes wegen en stuk lichter. Deze kangoeroesoort is niet bedreigd.



De rode reuzenkangoeroe is daarmee iets groter dan zijn grijze variant, de mannelijk rode reuzenkangoeroe heeft een oranjerode vacht, de vrouwtjes hebben de gewone blauwgrijze vachtkleur. Verder is er niet veel verschil tussen de rode- en de grijze reuzenkangoeroe, hun levenswijze is bijna identiek. De rode reuzenkangoeroes leven vooral in de extreem open savannebossen van Australi?, ze grazen daar in groepjes van 2 tot 20 kangoeroes, bij een drinkplaats kan dit aantal oplopen tot meer dan 1000 kangoeroes. Door hun extreem goede ruikorgaan kunnen ze water vanaf een zeer grote afstand, wat in droge tijden zeer handig is. Soms reizen ze 200km om van hun graasplaats tot aan drinkwater te komen. Ze kunnen een gemiddelde snelheid van 30km per uur lang volhouden, hun maximumsnelheid is tot 80km per uur. Ze kunnen dan ook immens grote sprongen maken. Ze springen tot 13,5m ver en 3,3m hoog. Tijdens het grazen springen ze gelukkige veel trager, ze gebruiken dan alle 4 de poten ?n hun staart om verder te springen. Tijdens het grazen steken de jongen hun kop uit de buidel om mee te kunnen grazen.

De rode reuzenkangoeroe heeft een draagtijd van 30 ? 40 dagen, op het moment van de bevalling is het jong hooguit 4cm groot en ziet eruit als een dik wormpje met 2 zeer kleine voorpootjes. De moeder merkt de bevalling niet, het jong kruipt na de bevalling de buidel in en heeft daar de keuze uit 4 tepels, waarvan meestal 1 dikkere. Deze is te dik voor het jong. Het jong zoekt een dunne tepel en zuigt zich eraan vast, de tepel zal dan iets zwellen waardoor het jong niet kan loslaten. Na ongeveer 9 maanden verlaat het jong voor het eerst de buidel, om dan nog vaak terug te keren om te komen drinken. Vandaar ook de ene dikkere tepel, die voor een ouder jong is. Uit deze tepel komt een ietwat vettere melk. Het jong komt nog tot laat in zen 2de levensjaar zen kop in de buidel steken om te drinken. De rode reuzenkangoeroe baart gewoonlijk 1 jong, bij uitzondering worden 2 jongen gebaart.