Siberian Husky

land van herkomst:
FCI: USA
Oorsprong: Siberi? lichaam:
Borst: Diep en krachtig; maar niet te breed, met het laagste punt juist achter en op gelijke hoogte met de ellebogen. Ribben zijn goed gewelfd, maar opzij vlak verlopend om bewegingsvrijheid te verzekeren.
Rug: De rug is recht en sterk met een rechte bovenbelijning van schoft tot croup. De rug is matig lang, noch kort en gedrongen, noch slap door te veel lengte. De lendenen zijn sterk en buigzaam, smaller dan de borstkas en de onderbelijning loopt licht op. Het kruis helt iets, maar nooit zo steil, dat de pasafwikkeling belemmerd wordt.

gebit:
Schaargebit

hals:
Matig lang, gewelfd en fier rechtop gedragen wanneer de hond staat. Wanneer hij in draf beweegt, wordt de hals gestrekt, zodat het hoofd iets naar voren gedragen wordt.

hoofd:
De schedel is middelmatig groot en evenredig met het lichaam. Bovenop is hij enigszins rond. Hij loopt naar de ogen geleidelijk wigvormig toe. De ruimte tussen de oren is middelmatig tot nauw. De snuit is van middelmatige lengte. De afstand van neus tot stop is ongeveer gelijk aan de afstand van stop tot achterhoofdsknobbel. De lippen zijn donker gekleurd en nauwsluitend. De kaken zijn sterk. De neus is bij voorkeur zwart, maar bruin is toegestaan bij exemplaren met een roodachtige vacht. Vleeskleurige neus en oogranden zijn toegestaan bij witte honden. Neuzen die in de winter tijdelijk roze gevlekt zijn, worden toegestaan maar zijn niet gewenst.

ledematen:
Voorbenen: In stand en van voren gezien, staan de benen op een matige afstand van elkaar, evenwijdig en recht, met de ellebogen tegen het lichaam aan, noch naar binnen noch naar buiten gedraaid. Van opzij gezien staan de middenvoeten wat schuin, met een sterk, maar buigzaam polsgewricht. Het bot is stevig, maar nooit zwaar. De lengte van het been van de elleboog tot aan de grond, is iets meer dan de afstand van de elleboog tot aan de schoft. De vijfde teen aan de voorbenen mag verwijderd worden.
Achterhand: In stand en van achteren gezien, staan de achterbenen op matige afstand evenwijdig van elkaar. Het achterbeen vertoont een goed bespierd en krachtig bovenbeen, met een goede kniehoeking en een duidelijke, laag aangezette hak. Hubertusklauwen, indien aanwezig, moeten verwijderd worden.

ogen:
Amandelvormig, matig uit elkaar en iets schuin geplaatst. De ogen mogen bruin of blauw zijn; ??n van ieder der kleuren of ogen met beide kleuren zijn aanvaardbaar.

oren:
Middelmatig groot, driehoekig en hoog op het hoofd geplaatst. Ze zijn dik en goed behaard, aan de achterzijde licht gewelfd, recht opstaand, met licht geronde punten, die recht naar boven wijzen.

staart:
De goed behaarde, op een vossenstaart lijkende staart is iets beneden het niveau van de ruglijn aangezet en wordt gewoonlijk in een elegante boog boven de rug gedragen, wanneer de hond attent is. Wanneer de staart naar boven gedragen wordt, krult hij niet langs het lichaam, noch ligt hij vlak op de rug. Een hond die in rust is, kan de staart lager dragen. Het haar op de staart is matig lang en ongeveer even lang aan de bovenkant, de zijkanten en de onderkant, zodat de indruk van een ronde borstel ontstaat.

voeten:
Ovaal, maar niet te lang. De voeten zijn matig groot, compact en goed behaard tussen de tenen en de voetzolen. De voetzolen zijn stevig, met dikke kussens. In stand staan de voeten noch naar binnen noch naar buiten gekeerd.

vacht:
De vacht van de Siberian Husky is dubbel en matig lang en geeft de indruk van een goede pels, die echter nooit zo lang is dat de scherpe belijning van de hond verdwijnt. De ondervacht is zacht en dicht, en lang genoeg om de bovenvacht te steunen. De dekharen zijn recht, liggen enigszins vlak en zijn nooit ruw, noch recht van het lichaam afstaand. Ontbreken van de ondervacht gedurende de haarwisseling is toegestaan. Bijknippen van snorharen en de vacht tussen de tenen en rond de voeten om een netter uiterlijk te verkrijgen is toegestaan. Bijwerken van de vacht op iedere andere plaats van het lichaam is niet toegestaan en dient streng gestraft te worden.

kleur:
Alle kleuren van zwart tot zuiver wit zijn geoorloofd. Uiteenlopende aftekeningen op het hoofd zijn gebruikelijk, met inbegrip van vele opvallende aftekeningen, die bij andere rassen niet gevonden worden.

gangwerk:
Het karakteristieke gangwerk van de Siberian Husky is soepel en schijnbaar moeiteloos. Hij is snel en lichtvoetig en moet in de showring aan een losse lijn, in een matig snelle draf worden voorgebracht, waarbij hij goed uitgrijpend gangwerk voor en een goede stuwing vanuit de achterhand moet tonen. In stap toont de hond geen eensporigheid. Bij toename van de snelheid neemt de neiging tot eensporigheid toe, waarbij de benen niet gebogen worden. In draf blijft de ruglijn strak en horizontaal.

schofthoogte:
Reuen 53 tot 60 cm schofthoogte.
Teven 51 tot 56 cm schofthoogte.

gewicht:
Reuen 21 tot 27 kg.
Teven 16 tot 23 kg.

extra:
Fouten: Te zwaar hoofd; te brede schedel; zware, te puntige of grove snuit; te grote, te laag aangezette of niet stevig rechtopstaande oren; te schuin geplaatste ogen; slappe, zwakke of kromme rug; te lichte of te zware beenderstructuur; onvoldoende gebogen knie?n; zwakke gewrichten; zwakke en/of spreidvoeten; ruwe vachttextuur of een minder scherp omlijnd silhouet; ontbreken van ondervacht, behalve tijdens de rui.

Narmenak Shiba-Inu & Siberian Husky Kennel