Geslachtsrijp en castratie

Er zijn rammen die goed ongecastreerd gehouden kunnen worden binnen een groep, maar het merendeel zal zijn hokgenoten lastig vallen met andere (ziekmakende) stress van dien, zowel voor het ongecastreerde mannetje als zijn hokgenoten.
Wanneer u van plan bent met een ram te fokken, moeten de balletjes ingedaald zijn, na het seizoen trekken ze vanzelf weer naar de buik in.

Pubergedrag bij dieren is even normaal als bij kinderen en heeft dus niets te maken met hormonen. Castreren vanwege het pubergedrag heeft dus totaal geen nut. Een mannelijke fret, ram genoemd, kan gecastreerd worden wanneer er niet mee gefokt wordt. Het gevolg van castreren is dat de geur zal afnemen en dat de fret meer speelgedrag zal vertonen, tevens zal hij ook minder agressief zijn.

Wanneer u besloten heeft om uw mannelijke fret te laten castreren, is dit het beste in het voorjaar te doen, volgend op zijn geboorte. Dit omdat de ballen dan weer ingedaald en volgroeid zullen zijn.

Een vrouwelijke fret, moertje genoemd, moet gecastreerd worden wanneer er niet mee gefokt zal worden, dit omdat zij anders een hoog oestrogeen gehalte zal krijgen, als gevolg hiervan kan ze ziek worden en sterven. Een fret is gedurende heel het paarseizoen loops, dit is dus vanaf maart tot en met augustus. Het moment om haar te laten castreren is het liefst binnen 2 weken nadat zij loops geworden is. Beenmergdepressie kan al na 1 maand loopsheid toeslaan.