Wetenschappelijk onderzoek

Onderzoek van in de natuur vrijgelaten egels 
na een opvangperiode in een egelasiel. 


Op verzoek van de Jersey Hedgehog Preservation Society hebben  Dr. Pat Morris en Susan Sharafi in 1995 onderzoek verricht naar de overlevingsgraad van de in de natuur vrijgelaten egels. De British Hedgehog Preservation Society hielp met de financiering van dit onderzoek, uitgevoerd op Jersey Kanaaleilanden). Hier volgen de conclusies uit het onderzoek. De punten 1 t/m 9 gelden ook voor vrijgelaten egels in ?egelgunstige? gebieden in Nederland.   1.    Egels kunnen goed in de natuur worden vrijgelaten na een lang verblijf in een asiel. Zelfs jonge egels met weinig of geen ervaring met leven in de natuur bouwen en gebruiken met succes nesten, vinden hun weg naar buiten en bemachtigen voldoende voedsel. Asielegels integreren goed met lokale, wilde egels zonder dat sprake is van duidelijke agressie.

2.    In eerste instantie is er gewichtsverlies, maar dat stabiliseert zich na twee tot drie weken. Het duidt niet op honger maar is meer een kwestie van ?overtollig vet kwijtraken? (uit de opvangperiode).

3.    Deze bevindingen bevestigen eerdere studies en tonen aan dat het vrijlaten van egels ?in het wild? niet ingaat tegen hun ?welbevinden?. Dus tijd en moeite die is besteed aan het weer opknappen van egels is niet tevergeefs en leidt niet tot een vroege dood. In tegendeel: vrijgelaten egels schijnen zich goed te kunnen redden en leiden verder een nomaal leven.

4.    Het lijkt er niet op dat egels (tenminste jonge egels) na het uitzetten in hun oude omgeving heel anders reageren dan egels die van elders zijn gekomen. Het is zeker dat egels die van elders komen niet onmiddellijk beginnen ?rond te stappen? op zoek naar meer bekend terrein.

5.    Uit het onderzoek bleek wel dat er verspreiding plaatsvindt, vaak door egels die van elders zijn gekomen. Maar toch lijkt het erop dat na het uizetten het geslacht van de egel bij deze verspreiding van evenveel invloed is als de plaats van herkomst.

6.    Alle vrijgelaten egels bleven tenminste vier weken binnen 400 meter van de uitzetplek, onafhankelijk van geslacht of plaats van herkomst. De meeste bevonden zich na 6 weken nog in dit gebied en verschillende egels bleven binnen 200 meter van de uitzetplek. Een exemplaar ?emigreerde? echter verder dan 5 kilometer, drie andere verdwenen geheel. Het is best mogelijk dat ze nog (veel) verder trokken.

7.   De vrijgelaten dieren gaven er de voorkeur aan te leven in vochtige tuinen; open velden waren minder in trek. Ze maakten nesten in bosjes, heggen en konijnengangen, onder boomwortels en in tuinhokken. Dit (en de grootte van het terrein) moet men in de gaten houden wanneer men van plan is de egels los te laten.

8.   Ondanks dat ze magerder werden, maakten de egels niet noemenswaardig gebruik van extra voedsel, zelfs wanneer dat ter plaatse beschikbaar was. Het is dus niet van essentieel belang extra voedsel neer te zetten in natuurgebieden. (Let wel: in de Nederlandse Randstad is dit wel noodzakelijk.)

9.   Egels zijn tamelijk na?ef, maar ondanks het feit dat sommige vrij dicht bij drukke verkeerswegen verkeerden, werd er geen enkele egel gedood door wegverkeer. Het is waarschijnlijk niet realistisch te proberen egels buiten het bereik van verkeerswegen vrij te laten; andere omgevingsfactoren zijn belangrijker, bijvoorbeeld mogelijkheden om te nestelen en de aanwezigheid van voedsel.

10. Ten slotte zijn we van mening dat de inwoners van Jersey genereuze mensen zijn en opmerkelijk tolerant ten opzichte van nachtelijke insluipers in hun dure tuinen. Hierop konden we elders vaak niet rekenen.  

(Bron: British Hedgehog Preservation Society)

met dank aan abcoude.com