De egel

Tot de egels  (Erinaceidae) behoren ook een aantal zachthuidigen, stekelloze insecteneters van het rattype die haaregels of spitsratten genoemd worden. Alle egels zijn zoolgangers met een tamelijk lange kop, spits en kegelvormig. Ogen en oorschelpen zijn goed ontwikkeld. Onder de egel (Erinaceus) komen meerdere soorten voor. Genoemd worden als zelfstandige soorten de amoeregel (erinaceus koreanus), twee chinese egelsoorten (Erinaceus dealbatus en Erinaceus koreanus). Ook bij de Europees- Vooraziatische egels worden 2 soorten onderscheiden;

1.       West- europese egel (erinaceus europaeus), vier ondersoorten.

2.       Oosteuropese egel (erinaceus roumanicus), vier ondersoorten.  De egel heeft een dikke spierkap met een stekeldragende huid op zijn rug die bij het oprollen zijn hele lijf verbergt. Dit oprollen doet hij door de spierkap samen te trekken als een zak over zijn lijfje, de pennen richten zich op. Zo wordt hij een stijve, stekelige bal. De west europese egel heeft bij de geboorte ongeveer 100 stekels, met drie weken ongeveer 2000, een volwassen exemplaar 6000 tot 8000 stekels. Een gezonde, volgroeide egel weegt tussen de 800 en 1200 gram.  Andere insecteneters zijn o.a. mollen en spitsmuizen.
Dit zijn zoogdieren met een spitse snuit en scherpe tandjes. Een stekelvarken is, in tegenstelling wat veel mensen denken, geen familie van de egel. Een stekelvarken is een knaagdier.

met dank aan abcoude.com